Geschiedenis Azoren


Oorsprong van de Azoren

In de geschiedenis van de Azoren is het niet exact bekend wanneer de eilanden groep de Azoren werd ontdekt, doordat de lokalisatie van de eilanden groep moeilijk te omschrijven was. Zeer waarschijnlijk zijn Santa Maria en São Miguel ontdekt in 1427 door de Portugese kapitein Diogo de Silves. De overige eilanden zijn in de loop van de tijd ontdekt, met als laatste twee eilanden Corvo en Flores in 1452.

Vanaf 1439 start de geschiedenis van de kolonisatie van de Azoren, met het stichten van het stadje Praia dos Lobos op Santa Maria. In omstreeks 1444 wordt São Miguel bewoond door Portugezen. De echte kolonisatie van de Azoren is van start gegaan met de komst van de Vlaming Wilhelm van der Haegen. Hoewel de Azoren nog altijd in de handen van de Portugezen waren, werden de Azoren van de 15e tot de 17e eeuw wel de Vlaamse eilanden genoemd. Dit kwam door de vele Vlaamse en Noord-Franse kolonisten die op de Azoren verbleven. De invloeden van de Vlamingen en Fransen zijn nog altijd duidelijk herkenbaar op de Azoren in bijvoorbeeld de windmolens op Faial.

De eerste hoofdstad van de eilanden groep was het Vila Franca do Campo op São Miguel, deze stad werd in 1522 volledig verwoest door een aardbeving. Sinds deze gebeurtenis in de geschiedenis van de Azoren, is Ponta Delgada de hoofdstad van de Azoren geworden.

De jaren van 1580 tot 1640 gaan op de Azoren de geschiedenis is als zeer roerige jaren, waarin Portugal, en dus ook de Azoren, werden bezet door de Spanjaarden. In de wateren rondom de Azoren vonden vele confrontaties plaats tussen de Engelsen en de Spanjaarden. De periode waarin de Spanjaarden de Azoren hadden overgenomen, van 1580 tot 1642, wordt ook wel de Babylonische gevangenschap genoemd. De ligging van de Azoren, midden in de Atlantische oceaan tussen Europa en Amerika, heeft er toe bijgedragen dat de Azoren het toneel zijn geworden van vele zeeslagen in de geschiedenis.

Ontwikkeling van de Azoren

De Azoren hebben door de strategische ligging altijd een belangrijke plek gehad in de handel tussen verschillende continenten, door dat goederen op de eilanden konden worden opgeslagen en zo vanuit daar verhandeld worden. Horta, Angra en de havens van Ponta Delgada waren hierbij van groot belang en daarom ook constant in gebruik. Dankzij deze intercontinentale handel zijn er invloeden vanuit de hele wereld terug te vinden op de Azoren.

Tijdenlang was het economische klimaat op de Azoren slecht, door streng geldende handelsbeperkingen opgelegd door de Fransen. Met de vlucht van Joao IV in 1807 en het beëindigen van de Franse invasie, waarmee de handelsbeperkingen werden opgeschort, herstelde de materiële welvaart van de Azoren.
Ten tijde van de Portugese burgeroorlog van 1820 tot 1833 bleven de Azoren de constitutionele monarchie steunen, als dank hiervoor kreeg de Azoren meet lokale vrijheiden toegekend. Ter nagedachtenis aan de gewelddadige strijd in 1829 tegen Dom Miguel, de Braganca’s, werd de stad Vila da Praia omgedoopt tot Praia da Vitória.

In 1836 – 1976 werden de Azoren opgedeeld in 3 districten onafhankelijk van natuurlijke eilanden grenzen. Zo vormde Terceira, São Jorge en Graciosa samen Angra, met Angra do Heroísmo als hoofdstad. Horta vormde de hoofdstad van het district Horta, bestaande uit Pico, Faial, Flores, en Corvo. Het laatste district Ponta Delgada, met de hoofdstad Ponta Delgada werd gevormd uit São Miguel en Santa Maria. Deze districten werden in 1976 opgeheven, toen de Azoren werden benoemd tot Autonome Gebied van de Azoren.
Een belangrijke familie die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de Azoren is de familie Dabney. Rond 1850, in tijden van hongersnood, heeft deze familie gezorgd voor veel voedsel en steun vanaf het vaste land. Deze familie is dan ook veelom geprezen op de Azoren voor alle goede daden.
De economie op de Azoren draait veelal op veehouderij en landbouw. Ook hierin kende de Azoren vele tegenslagen doordat plagen gehele oogsten op de eilanden konden verwoesten.